Heimatgeschichte · Eindhoven ·

Eindhoven: Geschiedenis

Eindhoven: Geschiedenis

De stad Eindhoven ontstond in een moerasdelta van vijf riviertjes: de Dommel, de Gender, de Laak, de Tongelreep en de Rungraaf. Het kreeg in 1232 stadsrechten en marktrecht van hertog Hendrik I van Brabant, werd onderdeel van de Meierij van 's-Hertogenbosch en werd later bestempeld als de hoofdstad van het kwartier van Kempenland. Eindhoven moet gezien worden als een gestichte (en niet geleidelijk gegroeide) nederzetting binnen de stedenpolitiek van Hendrik I. Op de plaats van het oude kasteel uit de 15e eeuw ligt nu villa Ravensdonck, dicht bij het augustijnenklooster Mariënhage. In 1583 werd na het Beleg van Eindhoven de omwalling weer afgebroken. Binnen de wallen lag de middeleeuwse Sint-Catharinakerk, die in 1860 werd afgebroken en vervangen door de huidigeneogotische kerk.
Ten gevolge van de industriële ontwikkeling trokken de Eindhovense fabrieken rond 1900 steeds meer werknemers aan. Dat waren onder meer de textielfabrieken van Elias, De Haes, de Bara (afgeleid van Baekers en Raymakers), tabaksverwerkers (Mignot & De Block, Henri van Abbe en Lurmans), stoomlederfabriek Gebroeders Keunen, de Koninklijke lucifersfabrieken Mennen & Keunen, sigarenkistmaker Brüning en (in het bijzonder vanaf 1891) de gloeilampenfabriek Philips. De stad had economisch profijt van de fabrieken en fabrikanten. Nadien werd naast Philips de DAF de grootste en internationaal meest bekende Eindhovense industriële onderneming.

De gemeente Eindhoven was in de negentiende eeuw nog een klein streek-plaatsje, dat in 1866 slechts 3.200 inwoners telde, tegen 's-Hertogenbosch 23.250, Tilburg 18.000, Breda 15.193 en Helmond 5.800. Het maakte in de eerste helft en het midden van de twintigste eeuw een explosieve groei door en groeide binnen enkele decennia uit tot de grootste stad van de provincie.
In het interbellum was er een groot woningtekort voor de vele arbeiders. Dit was ook zo voor de omliggende gemeenten. Dit leidde tot de grote annexatie van 1920. Hierbij annexeerde de stad vijf omliggende gemeenten (Gestel en Blaarthem, Stratum, Strijp, Tongelre en Woensel), waardoor de gemeente ineens enorm vergroot werd, vooral qua oppervlakte, maar ook qua inwoneraantal, dat in dat jaar tot 47.946 zielen reikte. Op 1 januari 1940 had Eindhoven al 113.126 inwoners. Het schaarde zich daarmee al hoog op de ranglijst van grootste gemeentes in Nederland. In de volgende 75 jaar werd dit inwonertal verdubbeld. Allesbepalend voor deze ontwikkeling was de groei van het Philips-concern, van gloeilampenfabriek tot multinational en wereldspeler op het gebied van de elektronica. Sindsdien zijn er alleen kleinere annexaties en grenscorrecties geweest, waarbij een deel van de voormalige gemeente Geldrop en later een deel van de gemeente Veldhoven werden toegevoegd, dit laatste voor de bouw van de Vinexwijk Meerhoven.

Op 18 september 1944 werd Eindhoven bevrijd door de geallieerden. De bevrijding was onderdeel van Operatie Market Garden. Een dag later voerde de Luftwaffe nog een bombardement op Eindhoven uit.
De bevrijding wordt elk jaar gevierd met de Lichtjesroute. Volgens de gegevens van het Joods Historisch Museum leefden er vóór de oorlog ongeveer 430 joden en in 1950 200.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft de autofabriek DAF, hoewel vóór de oorlog opgericht, fors bijgedragen aan de expansie. In 2003 gaven ruim 9500 bedrijven in de regio werk aan bijna 130.000 mensen. …

von Fremdinhalte · Regionauts

Quelle: Text: Wikipedia – „Eindhoven“, Autorinnen und Autoren (Versionsgeschichte), CC BY-SA 4.0 · Foto: Lempkesfabriek, CC BY-SA 3.0 – Wikimedia Commons