Moeskroen: Geschiedenis
Met name in Mont-à-Leux werden Romeinse restanten aangetroffen. De geschreven geschiedenis vangt aan in 1066, toen het Sint-Pieterskapittel te Rijsel grondbezit in de omgeving van Moeskroen verwierf. Het patronaatsrecht, toebehorend aan de Eekhoutabdij te Brugge, werd in 1149 overgedragen aan de Sint-Maartensabdij van Doornik.
Bij de Vrede van Aken van 1668 kwam Moeskroen aan Frankrijk, om middels de Vrede van Utrecht in 1713 weer aan de Oostenrijkse Nederlanden te komen.
Er bestonden drie heerlijkheden op het grondbezit, waarvan de heerlijkheid Moeskroen de belangrijkste was. Van 1154-1223 behoorden de heren tot het geslacht Van Oudenaarde, daarna Van Leuven en vanaf 1332 de la Barre. Vanaf 1592, door huwelijk, aan De Liedekerke. In 1645 aan Basta, in 1681 aan D'Ennetières en deze familie stierf uit in 1875.
De protestantse Hurlus wisten in 1579 korte tijd het kasteel van Moeskroen bezet te houden. In de 2e helft van de 17e eeuw had Moeskroen veel te lijden van de legers van Lodewijk XIV. Op 29 april 1794 was er een veldslag tussen de Fransen onder Pichegru en de Oostenrijkers onder Clerfayt. In 1848 was er nog een kleine veldslag te Risquons-Tout tussen een groep Belgische revolutionairen die vanuit Parijs gekomen waren, en het Belgische leger.
Moeskroen bleef tot midden 18e eeuw een landbouwdorp. In 1769 verbood de stad Rijsel de fabricage van molton in Tourcoing en Roubaix. In 1758 was de fabricage hiervan al toegestaan in Moeskroen, zodat de moltonfabrikanten naar deze plaats uitweken. Vanaf 1769 kwam in Moeskroen de moltonweverij en daarmee de textielindustrie tot ontwikkeling. Tussen 1800 en 1815 breidde de textielindustrie zich uit tot de fabricage van katoenen weefsels. Na 1850 kampte de Noord-Franse textielindustrie in toenemende mate met een gebrek aan arbeidskrachten. Veel Vlaamse arbeiders vestigden zich te Moeskroen en pendelden over de grens. Begin 20e eeuw betrof dit duizenden mensen. In 1886 verkreeg Moeskroen de titel stad.
Bij het vastleggen van de taalgrens in 1963 werd Moeskroen ingedeeld als Franstalig met taalfaciliteiten voor de Nederlandstalige minderheid, als gevolg hiervan werd de toenmalige gemeente van de provincie West-Vlaanderen overgeheveld naar Henegouwen net als de toen nog zelfstandige gemeenten Lowingen, Dottenijs en Herzeeuw die in 1977 deelgemeenten werden van Moeskroen.