Zwolle: Geschiedenis
=== Middeleeuwen ===
Zwolle is in de middeleeuwen ontstaan op een dekzandrug tussen de IJssel en de Overijsselse Vecht aan het riviertje de Aa. Dit was een hoger gelegen en bewoonbare plek in het verder moerassige landschap. Zo'n plek werd destijds een 'suol' genoemd. De zandrug is nog altijd zichtbaar door de hoogteverschillen in de stad. Zo ligt de Sassenstraat hoger dan het Grote Kerkplein.
De oudste sporen van bewoning stammen uit de jonge steentijd. Rondtrekkende stammen bewoonden toen de dekzandruggen. In sommige bronnen worden deze stammen ook wel aangeduid als het Isalavolk, naar de Latijnse naam van de IJssel.
Bij de aanleg van Ittersumerbroek, een wijkgedeelte van Zwolle-Zuid, zijn in 1993 grondsporen gevonden van twee paalcirkels uit de bronstijd. Deze worden ook wel het Woodhenge van Zwolle genoemd.
De oudste schriftelijke vermelding, uit 1040, spreekt over een aan Sint-Michaël gewijde parochiekerk. In 1230 kreeg Zwolle van zijn landheer de Utrechtse bisschop Wilbrand van Oldenburg stadsrechten als dank voor hulp bij het bouwen van een burcht in Hardenberg. Dit naar aanleiding van de Slag bij Ane.
Bij de stadsbrand van 1324, bewust aangestoken door roofridder Zweder van Voorst, ging de stad bijna geheel in vlammen op. Negen gebouwen, waaronder de kapel en de refter van het Bethlehemklooster, bleven staan, omdat ze van steen waren gebouwd. Na de brand werd de stad herbouwd richting het westen. Op de plattegrond is nog verschil te zien tussen het grillige stratenpatroon in het oostelijke deel van de binnenstad, dat dateert van voor de brand, en het veel regelmatiger stratenpatroon van na de brand.
De Latijnse school van Zwolle, het huidige Gymnasium Celeanum, verwierf onder rector Johan Cele (1375-1415) grote faam. Geïnspireerd door de Moderne Devotie bracht hij nieuwe geestelijke, pedagogische en sociale inzichten in praktijk. Zijn onderwijsvernieuwing zou al snel navolging krijgen op scholen in met name Nederland en Duitsland. In de vijftiende eeuw, de "Gouden Eeuw" van de stad, breidde de Moderne Devotie, die door Geert Grote aanvankelijk in Deventer was gestart, zich mede vanuit Zwolle uit over een groot deel van Europa. In het begin van deze eeuw was het Thomas a Kempis, kopiist en mysticus, die na zijn schooltijd in Deventer in een klooster op de Agnietenberg was gaan wonen en een gekend inspirator van deze beweging werd. Aangenomen wordt dat latere Paus Adrianus VI rond 1470 in Zwolle aan de Latijnse school les kreeg.
De Gouden Eeuw van Zwolle was evengoed te danken aan het feit dat de stad in 1407 als handelsstad, vermoedelijk voor de tweede keer, toetrad tot de Hanze. Aan de macht van de gilden in het stadsbestuur (1413-1416) maakte bisschop Frederik van Blankenheim een hardhandig einde in de Lucienacht van 1416. In 1438 verkreeg Zwolle stapelrecht van bisschop Rudolf van Diepholt. De keizer van het Heilige Roomse Rijk bevestigde in 1448 de stadsrechten van Zwolle door de stad op te nemen onder de steden van het Duitse Rijk. Tegelijkertijd met Deventer en Kampen werd Zwolle in 1495 door Keizer Maximiliaan I erkend als Vrije Rijksstad. …