Dordrecht: Geschiedenis
De stad ontstond rond het jaar 1000 als nederzetting bestaande uit een aantal buurtjes aan de rivier de Thuredrith in een klei-op-veengebied tussen de Merwede en de Maas. De Thuredrith was een verbinding tussen de rivier de Dubbel en de Merwede. Thuredrith is via Durthric in de loop der tijd veranderd in Dordrecht. De oudste vermelding van de stad dateert van rond 1120 toen in de Annalen van Egmond het sneuvelen van Graaf Dirk IV in 1049 'in Dordrecht' (apud Thuredrech) werd beschreven.
De Hollandse graaf Willem I bevestigde in 1220 de stadsrechten van Dordrecht, nadat rond 1195 en 1205 al eerdere keuren waren gegeven. De van oudsher concurrerende stad Geertruidenberg, die in 1213 marktrechten en wat andere vrijheden van de Hollandse graaf had gekregen, is dus ondanks claims van de Brabanders later stad geworden dan Dordrecht. Door haar strategische ligging en het verkrijgen van stapelrecht in 1299 en 1355 ontwikkelde de stad zich tot een belangrijke stapelplaats. Dordrecht verhandelde vooral wijn, hout en graan. In 1283 werd de Munt van Holland er gevestigd. Rond 1400 had de stad ruim 8000 inwoners, waarmee het de grootste en belangrijkste stad van het Graafschap Holland was.
In 1421 en 1424 kwam Dordrecht ten gevolge van de Sint-Elisabethsvloeden, waarbij grote delen van het achterland (Grote Waard) voorgoed verdronken, op een eiland te liggen. Later werd dit via inpoldering uitgebreid tot het huidige Eiland van Dordrecht, maar een groot stuk van het oostelijke deel van de Grote Waard, de Biesbos, is nooit meer ingepolderd en is een beschermd natuurgebied.
In 1572 kwam te Dordrecht de Eerste Vrije Statenvergadering bijeen. Vertegenwoordigers van alle Hollandse steden erkenden stadhouder Willem I, prins van Oranje, en steunden met geld de opstand tegen de Spanjaarden. In 1618-1619 vond in Dordrecht, bolwerk van de reformatie, de Synode van Dordrecht plaats, waarbij de remonstranten tegenover de contraremonstranten stonden en waar het besluit viel tot de Bijbelvertaling die in 1637 de Statenbijbel zou opleveren, de eerste officiële vertaling in de Nederlandse taal.
Tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) werd Johan de Witt, zoon van mr. Jacob de Witt, als raadspensionaris naar voren geschoven. Onder zijn leiding werd in 1654 vrede met Engeland gesloten waarbij de Akte van Seclusie werd opgenomen. Deze akte moest voorkomen dat de zoon van Willem II stadhouder zou worden. Op 20 augustus 1672 echter werden Johan en zijn broer Cornelis de Witt in Den Haag gelyncht. Willem III, verdacht van het complot, werd datzelfde jaar stadhouder. …