Helmond: Geschiedenis
Helmond is ontstaan vanuit een nederzetting die al voor het jaar 1000 moet hebben bestaan, en werd in 1179 voor het eerst genoemd in een pauselijke bul van Paus Alexander III. De stad werd in 1225 gesticht door Hertog Hendrik I van Brabant. Helmond heeft geen bewijzen bewaard van de toekenning van stadsrechten, maar algemeen gaat men ervan uit dat deze in dezelfde periode zijn verleend als die van nabuur Eindhoven, dus in of rond 1232.
Helmond was eeuwenlang een centrum van textielnijverheid dat zich in de loop van de negentiende eeuw verder ontwikkelde tot een textielindustrie. Deze werd gestimuleerd door de komst van de Zuid-Willemsvaart in 1825, die Helmond met 's-Hertogenbosch en verder met noordelijk en westelijk Nederland verbond en naar het zuiden via Maastricht verder met het Luikse bekken en de Belgische gebieden langs de Maas. In de late 19e en vroege 20e eeuw kende Helmond daarnaast een periode van verdere bestuurlijke en industriële ontwikkeling. Leden van de familie Wesselman en van enkele Helmondse ondernemersfamilies waren verder bij de slavenhandel en enkele katoenplantages in Suriname betrokken. Overblijfselen van de textielindustrie zijn enkele villa's van textielfabrikantenfamilies aan het kanaal en aan de Aarle-Rixtelseweg, en de nog actieve bedrijven Vlisco en Raymakers. De oude metaalindustrie wordt vertegenwoordigd door Nedschroef.