Hilversum: Geschiedenis
=== Vroege geschiedenis ===
Het hooggelegen Gooi is een van de oudst bewoonde streken van Nederland. Prehistorische grafheuvels en vondsten uit de Hilversumcultuur getuigen daar nog van. Water verzamelde zich op de lager gelegen plaatsen, en dat werden drinkplaatsen voor het vee. De dorpen Hilversum, Laren, Blaricum en Bussum zijn rond die drinkplaatsen ontstaan. Door de arme zandgronden was er voornamelijk schapenhouderij. Vroege Hilversummers leefden eenvoudig. Zo gaven zij hun hoeven nooit een naam en, in tegenstelling tot Blaricummers en Huizers waar boeren brede, hoge hagen als erfafscheiding plaatsten (vaak doornen of beuken), lieten vrijwel alle Hilversumse boeren het erf open of zetten er een eenvoudig houten hekje omheen. Bij het woongedeelte hadden zij vaak een eenvoudig grasveldje met een paar bomen om schaduw te bieden. De hoeven hadden ook nooit een versiering, behalve soms ankers die tot krullen gesmeed waren om het bouwjaar aan te duiden, naar de stijl van sobere, eenvoudige Saksische boerderijen. Markant is dat Hilversummers bijna nooit een verdieping op hun hoeve hadden: ze wilden alles op de begane grond hebben. De hoeven waren dan ook zeer langgerekt. Dit fenomeen kwam nog tot zeker 1880 voor, toen het Wilhelmina Hotel geopend werd. De 'oude' Hilversummers dachten dan ook dat het hotel geen succes zou worden omdat het hotel uit verdiepingen bestond.
De oudste kerk was waarschijnlijk een 13e-eeuwse kapel, op de plek waar de huidige Grote Kerk staat. Ernaast stond vermoedelijk een klein kasteel: de oudste vermelding dateert uit 1369 en betreft een belening aan Hendrik van Snellenburg.
Op 4 maart 1424 kreeg Hilversum de zelfstandige status van Jan (III) van Beieren ("Jan zonder Genade"), ruwaard van Holland, Zeeland en Henegouwen (1418-1425) en werd daarmee onafhankelijker van Laarderkerspel (Larekerspel) bij de uitbreiding van de eigen nijverheid. De verkoop en verwerking van schapenwol is in de middeleeuwen de bijdrage van Hilversum geweest aan de regionale economie.
Op 2 januari 1428 werd er een officiële grens (banscheiding) getrokken tussen Laarderkerspel en Hilversum waarmee de verzelfstandiging voltooid werd. De grens werd toegewezen door Splinter van Nyenrode.
In 1585 stak de Tassis op zijn plundertocht in Hilversum vele huizen in brand.
In 1629 werd Hilversum wederom platgebrand door Kroatische huurlingen, aangevoerd door de Italiaanse veldheer in Oostenrijks-Habsburgse dienst, Graaf Ernesto Montecuccoli, die samen met Hendrik van den Bergh, de bevelhebber van het Spaanse leger in de Noordelijke Nederlanden, eerder dat jaar vanuit Duitsland een inval op de Veluwe had gedaan, om de troepen van stadhouder Frederik Hendrik weg te lokken van het Beleg van 's-Hertogenbosch.
In de 17e eeuw groeiden de weverijen sterk. Men weefde toen in opdracht van Naarden en Amsterdam lakense (wollen) stoffen en een eeuw later, rond 1750, namen zogenaamde fabrikeurs zelf het gehele productieproces in eigen hand. In 1772 waren er circa 42 fabrikeurs in Hilversum. Hun producten bestonden vooral uit gestreepte kleurige stoffen, die “Hilversums Gestreept” genoemd werden. In 1752 werd het fabriceren van Koehaartapijt aangevat, waaruit de Hilversumse tapijtindustrie ontstond. Deze bleef zich tot in de 20e eeuw uitbreiden.
Het boerendorp groeide gestaag, maar werd in 1725 en 1766 geteisterd door branden die het dorp grotendeels vernietigden. …