Vlaardingen: Geschiedenis
De geschiedenis van Vlaardingen als plaats gaat terug tot de 8e eeuw. Rond het jaar 700 zou hier een kerkje zijn gesticht. Als stichter van de kerk wordt een geestelijke genaamd Heribald genoemd, die de kerk aan Willibrordus zou hebben geschonken. In de middeleeuwen stond de stad bekend als Flardinga. Vlaardingen verkreeg waarschijnlijk al voor 1273 stadsrechten, aangezien in 1273 Graaf Floris V stadsrechten verleende die erop wezen dat ze een uitbreiding waren van eerder verleende rechten. De haringvisserij was voor Vlaardingen zeker vanaf de achttiende eeuw een belangrijke economische activiteit. Vlaardingen groeide daarbij uit tot de belangrijkste visserijhaven in de regio.
De opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 en de aansluiting op het spoor in 1881 waren van grote betekenis voor de Vlaardingse economie. Aan het einde van de 19e eeuw ontwikkelde zich daardoor ook industrie die van de havenfaciliteiten kon profiteren. In de 20e eeuw vestigden zich grote bedrijven zoals de Bataafse Petroleum Maatschappij, de Maatschappij tot Exploitatie van Terreinen Matex, een superfosfaatfabriek en Levers Zeepmaatschappij (het latere Unilever) en werd ook de Vulcaanhaven aangelegd. Nadat in 1941 de oude gemeente Vlaardinger-Ambacht door Vlaardingen was geannexeerd, kreeg de stad de ruimte voor de aanleg van nieuwe woonwijken zoals de Westwijk en Vlaardingen-Holy. Vlaardingen groeide in deze tijd uit tot een stad van ruim 70.000 inwoners.