Almelo: Geschiedenis en architectuur
Almelo ontstond in de middeleeuwen. De naam gaat terug op de Germaanse woorden alma "olm" en lauha "lo". Een lo is een bos dat gelegen is op zandgrond en vaak vlak bij een nederzetting ligt.
Op de kruising van de Almelose Aa en die landweg werd het Huis Almelo gebouwd. Uit oude documenten blijkt dat de nederzetting in ieder geval in 1420 al stadsrechten had.
De stad had vestingwerken maar deze waren minimaal: stadsgrachten, twee poorten en mogelijk een doornenhaag. Almelo is dan ook nooit van militair belang geweest. Huis Almelo bestaat waarschijnlijk al sinds de 12e eeuw en is tot op de dag van vandaag in handen van de familie Van Rechteren Limpurg. De familie had eeuwenlang verschillende rechten in de stad Almelo, waaronder dat om recht te spreken.
Nadat in 1664 de toenmalige heer van Almelo, Zeger van Rechteren (1623-1674), het uitoefenen van de katholieke godsdienst verbood, vertrokken de nonnen van het Almelose Sint Catharinaklooster in 1665 en vestigden zich 300 meter over de grens met Duitsland iets ten zuidwesten van het Nederlandse Glane in een klooster dat zij de naam Maria Vlucht gaven. Na de opheffing van het klooster werden de kerkschatten verspreid over de regio.
In de 17e en 18e eeuw kwam de huisweverij steeds meer op. De entree in Almelo van de eerste stoommachine, in 1830, veroorzaakte een overgang naar fabrieksmatige productie. De textielindustrie werd ook bevorderd door de aanleg van het Overijssels Kanaal (in 1855) en de spoorlijn van Almelo naar Salzbergen (in 1865). Rond 1900 waren er dan ook vele zeer rijke families in Almelo en uit die tijd dateren veel landhuizen en villa's in diverse stijlen zoals jugendstil, expressionisme en neorenaissance.
Tussen 1818 en 1914 was de gemeente Almelo opgesplitst in de gemeenten Stad Almelo en Ambt Almelo.
In de Tweede Wereldoorlog was Almelo een van de plaatsen waar in september 1941 de razzia van Twente plaatsvond. In Almelo werden 10 Joodse mannen opgepakt en zij kwamen om in concentratiekamp Mauthausen. Ruim 60 joodse stadsgenoten werden gered door onder anderen Frits Tusveld, diens vrouw Henny Averink en mej. Alie Tharner. Op de joodse begraafplaats van Almelo staat een monument waarmee de 242 omgekomen Joden uit Almelo worden herdacht evenals deze onderduikgevers.
Op 15 november 1944 pleegden acht verzetsmensen een overval op De Nederlandsche Bank aan de Wierdensestraat. De buit bedroeg 46,1 miljoen gulden, de hoogste buit ooit tijdens een overval in Nederland. Deze bankroof werd nagespeeld in de stadsmusicals Van Katoen & Nu en Het verzet kraakt. De straatnamen in de Almelose wijk Sluitersveld zijn vernoemd naar verscheidene verzetsmensen. …