Zwijndrecht (Nederland): Geschiedenis
Het ontstaan van Zwijndrecht is nauw verbonden met de historie van de Zwijndrechtse Waard. De naam 'Suindrecht' voor het gebied van de Zwijndrechtse Waard komt voor het eerst voor in 1006, in een giftbrief waarmee Bisschop Ansfried goederen schenkt aan een klooster nabij Amersfoort. De schenking omvatte onder meer de kerk van Zwijndrecht. Het afstaan van Suindrecht en zijn andere bezittingen door de Graaf van Leuven en Hui was een voorwaarde om bisschop te worden. De gift wordt in een akte uit 1028 bevestigd, hiermee wordt ook bewezen dat het gebied toen al bewoond werd.
Zwijndrecht heeft in de 15e eeuw gebloeid als belangrijke locatie voor de zoutwinningindustrie. In de 17e eeuw kreeg Zwijndrecht meer het karakter van een tuindorp. In de loop van de 19e eeuw kwamen er ook industriële vestigingen.
De naam Zwijndrecht is een samenvoeging van het West-Frankische woord 'Suin' (Zwin, Zwijn) en het woord 'drecht' dat niet van het Latijnse trajectum afgeleid is maar van het West-Nederfrankische 'drift van de rivier'. Zwin komt van 'Swinen' en kan worden vertaald als het weglopen van water zoals in het afnemen van diepte tijdens eb. Drecht betekent oversteekplaats, overvaart of veer. Zwijndrecht betekent dus letterlijk 'getijdengeul waar kan worden overgestoken'. Deze uitleg doet vermoeden dat Zwijndrecht vroeger bij laag water aan Dordrecht vastzat; tijdens hoog water waren beide nederzettingen gescheiden. Deze situatie zou van voor de 12e eeuw dateren en zou hebben bestaan tot aan de Sint-Elisabethsvloed in 1421. De gelijknamige Vlaamse gemeente Zwijndrecht heeft dezelfde ligging ten opzichte van Antwerpen en Beveren.
De benaming Zwijndrecht gold eerst voor de hele Zwijndrechtse Waard, die werd begrensd door de rivieren de Pelster, de Noord, de Oude Maas en het tussen Heerjansdam en Oostendam gelegen Waaltje. Bewoners van dat gebied moeten al in de hoge middeleeuwen (900 - 1300) hun land (beperkt) hebben bedijkt, als bescherming tegen veelvuldige overstromingen.
In 1322 vond een zware vloed plaats waarbij velen het leven verloren, hetgeen voor graaf Willem III van Holland aanleiding tot ontwikkelen van bedijkingsplannen was. In een oorkonde van 14 januari 1331 bepaalde hij dat ‘degenen die delen van de Zwijndrechtse Waard bedijkten, ambachtsheer werden van dat deel van de Waard’. Door die oorkonde ontstonden, genoemd naar hun bedijkers, de ambachtsheerlijkheden Schobbelands Ambacht, Heer Oudelands Ambacht, Groote en Kleine-Lindt, Heerjansdam, Kijfhoek, Meerdervoort, Sandelingenambacht en Alewijns Ambacht.
In de periode na de bedijkingswerkzaamheden, bouwde Willem van Duivenvoorde zijn kasteel Develstein en werden in de diverse ambachten woongemeenschappen (na 1337) gesticht. Inwoners van Rijsoord bouwden als eersten een kerk, rond 1395 volgden kerken in Heerjansdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Kijfhoek en Heer Oudelands Ambacht. Nog later kwam daar de kerk van Schobbelands Ambacht bij. In Kleine Lindt stond geen kerk.
Op 1 november 1872 werd spoorverbinding Rotterdam - Dordrecht en het eerste spoorwegstation in Zwijndrecht geopend. Voorheen was al het vervoer behalve voor een paar lokale wegen op het eiland Hoeksche Waard via het water. Op 1 oktober 1904 bereikte de RTM stoomtram Zwijndrecht met een zijlijn vanaf de Middeldijk. Deze tram reed langs de Rotterdamseweg en gaf aan het Veerplein aansluiting op de veerboot naar Dordrecht. Vanaf 1929 reden er motortrams. De tramlijn werd in 1957 opgeheven. …