Heimatgeschichte · Noordwijk ·

Noordwijk (Zuid-Holland): Geschiedenis en etymologie

Noordwijk (Zuid-Holland): Geschiedenis en etymologie

De eerste sporen van bewoning van Noordwijk-Binnen zijn gedateerd op circa 20e eeuw v. Chr. In Noordwijk aan Zee verschenen de eerste echte bewoners omstreeks 1200, vermoedelijk vissers. In 847 werd de plaats aangedaan door een Schotse benedictijn, genaamd Jeroen van Noordwijk. Hij bouwde een kapel en deed missiewerk. In 856 werd hij gevangengenomen door de Noormannen en gemarteld. Op 17 augustus 856 werd hij onthoofd. Rond 980 werd er te zijner ere een romaanse kapel gebouwd, die spoedig een bedevaartsoord werd. In 1303 werd deze kapel vervangen door een grote stenen kerk. Dit was de voorloper van de huidige Sint-Jeroenskerk.
Noordwijk wordt voor het eerst genoemd in een giftbrief van de koning van Lotharingen aan Gerolf, graaf van West-Frisia, op 4 augustus 889. Daarin stond dat hij werd beleend met de ambachtsheerlijkheid "Nortgo", de oude naam van Noordwijk. Northgo betekent "go (of gouw) ten noorden", dat wil zeggen, woongebied of parochie ten noorden van de Rijn. Vergelijkbare namen komen voor in Friesland en Groningen in Wolvega en Hunsingo.
Hoe de naam "Nortgo" in "Noordwijk" heeft kunnen veranderen is het gevolg van een reeks van klankveranderingen en herinterpretaties. Vermeldingen aan het eind van de 12e eeuw laten zien dat de beklemtoonde -go (9e eeuw) en -ga (10e eeuw) een onbeklemtoonde -ge of -ke is geworden, en dat een onbeklemtoonde klinker voor -ge ingevoegd kon worden, wat resulteerde in "Nortege", "Norteke" en "Nortike". In deze vorm kon de laatste klinker vervolgens wegvallen, wat tot "Noortich" en "Nortic" leidde. Herinterpretatie door 13e-eeuwse schrijvers leverde namen op als "Nortdijc" en "Nortdike" op. Dat uiteindelijk niet "Noorddijk" maar "Noordwijk" de definitieve naam is geworden, is een ander geval van herinterpretatie. Omdat de naam van de buurgemeente Katwijk in het plaatselijk dialect werd uitgesproken als "Kattek" of "Kattik", werd in overeenstemming daarmee uit "Noortek" of "Noortik" de plaatsnaam "Noordwijk" gevormd. De grote omslag naar -wijk heeft ergens plaatsgevonden tussen 1459 en 1541.
Op 1 april 1398 verleende graaf Albrecht van Beieren op verzoek van enkele bewoners aan Noordwijk stadsrechten, maar op 12 maart 1399 trok hij de verlening weer in met als reden dat de aanvragers niet gerechtigd waren tot dit verzoek. Het gevolg hiervan was dat er nooit stadsmuren en poorten gebouwd zijn. Noordwijk behield wel zijn status van ambachtsheerlijkheid.
In 1429 werd Noordwijk officieel door de bisschop van Utrecht tot bedevaartsoord verheven. Het belangrijkste relikwie was een schedel die werd ontdekt in de Sint-Jeroenskerk en waarvan men aannam dat deze toebehoorde aan Sint-Jeroen. In 1450 werd Noordwijk-Binnen getroffen door een grote brand, daarbij werd de kerk verwoest. In de 16e eeuw kwam er door de Reformatie een einde aan het bestaan van Noordwijk als bedevaartsoord. De schedel van Sint-Jeroen is sindsdien spoorloos. Volgens de overlevering moet zijn schedel in de kerk begraven liggen.
In de tijd van de Reformatie kwam er een einde aan Noordwijk als bedevaartsoord. Hoewel Noordwijk-Binnen overwegend katholiek bleef, kreeg Noordwijk aan Zee een protestants karakter, net als de meeste andere vissersdorpen. De kerken hebben een duidelijk stempel gedrukt op het gebeuren in het dorp. Zo kwamen er in de Tachtigjarige Oorlog nogal wat geuzen uit Noordwijk aan Zee. …

von Fremdinhalte · Regionauts

Quelle: Text: Wikipedia – „Noordwijk (Zuid-Holland)“, Autorinnen und Autoren (Versionsgeschichte), CC BY-SA 4.0 · Foto: Dguendel, CC BY 4.0 – Wikimedia Commons