Tiel: Geschiedenis
=== Prehistorie en Oudheid ===
In 2011 werd ter hoogte van bedrijvenpark Kellen langs de Linge een vindplaats uit de nieuwe steentijd (circa 3650 v.Chr.) blootgelegd. De archeologen troffen bewoningssporen aan, aardewerk, vuursteen en dierlijk bot.
In 2017 werden tijdens en uitbreiding van het bedrijventerrein Medel verschillende begraafplaatsen uit de nieuwe steentijd gevonden, waaronder een graf van ten minste acht personen. De vondsten dateren tussen 3700 v.Chr. en 3400 v.Chr. en zijn geclassificeerd in de Hazendonkgroep.
In 2017 werd in Medel ook een van de rijkste Romeinse vindplaatsen in de Betuwe aangetroffen. Onder de 2.500 gevonden bronzen voorwerpen waren een zeldzame balsamarium (zalfpot) gedecoreerd met liefdesgoden in reliëf, en luxe artikelen zoals mantelspelden, ringen, dolken, een olielamp en een wijnzeef. De voorwerpen lagen op een klein gebied van twintig tot vijftig meter breed in een oude rivierbedding die langs de iets hoger gelegen "Hoge Hof" lag. Onderzoekers vermoedden dat daar een villa of een heiligdom heeft gestaan.
Op hetzelfde terrein zijn ook resten gevonden uit de vroege bronstijd. Meer dan 60 graven uit die tijd zijn hier ontdekt zowel in grafheuvels als daarbuiten. In 2023, nadat alle opgravingen van 2017 in kaart waren gebracht, concludeerden de onderzoekers dat er ook een 4000 jaar oud heiligdom met een zonnekalender moet hebben gestaan.
Tiel is een van de oudste steden van Nederland. De plaats stamt uit de periode 850-1100, terwijl de meeste Nederlandse steden in de late middeleeuwen (1150-1300) ontstonden.
De teloorgang rond 850 van de circa tien kilometer verderop gelegen internationale handelsplaats Dorestad, zorgde ervoor dat een deel van de handel werd verlegd naar Tiel. In 896 ontving Tiel van de Frankische koning Zwentibold het tolrecht. Archeologisch onderzoek in de binnenstad heeft bevestigd wat uit schriftelijke bronnen reeds bekend was: de stad was in de tiende en elfde eeuw een handelsnederzetting van internationale betekenis, die nauwe banden onderhield met de veel rijkere en machtigere handelsstad Keulen. Tiel onderhield in die tijd ook nauwe handelsbetrekkingen met Engeland. Nog voor 950 werd in Tiel een stenen burcht opgericht, die onder andere als tolhuis diende.
Volgens de benedictijnse kroniekschrijver Alpertus van Metz werd Tiel geplunderd door Vikingen. Hij schreef dat zeerovers zonder enige tegenstand te ontmoeten in 1006 de handelsnederzetting binnentrokken, de levensvoorraden snel wegsleepten, waarna de nederzetting werd platgebrand. Archeologisch bewijs voor de plunderingen ontbreekt.
Het is niet bekend of Tiel het muntrecht heeft verkregen, wel werden er munten geslagen.
Het waren kooplieden van Tiel die zich omstreeks 1015 bij de Duitse keizer beklaagden over de illegale tol die door graaf Dirk III van West-Frisia (het latere Holland) in de buurt van Vlaardingen werd opgericht. Dit zou leiden tot de (voor de keizer) slecht afgelopen strafexpeditie tegen de Friese graaf. Tiel verloor hierna de keizerlijke bescherming. In combinatie met het verzanden van de Linge leidde dit tot een achteruitgang van de internationale rol van Tiel vanaf de twaalfde eeuw. In 1174 verplaatste de keizer de tol naar Kaiserswerth.
In de dertiende eeuw verkreeg Tiel stadsrechten van de bisschop van Utrecht en trad het toe tot de Hanze, een Noord-Europees verbond van handelssteden, dat vooral van grote betekenis was voor de Oostzeehandel. …