Wageningen (Nederland): Geschiedenis
=== Romeinse tijd ===
Onderaan de Wageningse Berg zijn dakpannen gevonden met het stempel van een Romeins legioen. Er zijn echter geen aanwijzingen dat er een Romeins steunpunt aan deze noordzijde van de Rijn was. Met het Romeinse Vada werd vermoedelijk een nederzetting nabij het Noord-Brabantse dorp Kessel aan de Maas bedoeld, en niet Wageningen, zoals lang is gedacht.
De oudst bekende nederzetting in Wageningen als voorganger van de stad lag wellicht onderaan de Holleweg. Aan het begin van de volle Middeleeuwen verhuisde de nederzetting hogerop; op de Wageningse Berg zijn nabij de Holleweg de resten van een tufstenen kapel en houten boerderijen gevonden. In de twaalfde eeuw ontstond onderaan de berg een nieuwe nederzetting. Na aanleg van een kade als verbinding tussen de flank van de Wageningse Berg en de hoger gelegen haar ten westen van de huidige stad, de huidige Hoogstraat, werd ten zuiden daarvan het oudste deel van de stad aangelegd, rondom Heerenstraat (voorheen Achterstraat) en kerk. Later werd ook gebouwd aan de noordwestzijde van de Hoogstraat, in een regelmatig patroon van zijstraten: Beuningstraat, Junusstraat, Rouwenhofstraat en Riemsdijkstraat. Op 12 juni 1263 kreeg Wageningen van graaf Otto II van Gelre stadsrechten bij oorkonde: "Ik Otto, graaf van Gelre en Zutphen, heb na voorafgaand beraad met mijn vrienden, edelen en ministerialen, de plaats Wageningen tot stad gemaakt."
Tussen omstreeks 350 en omstreeks 900 was het grafveld op de hoek van de Geertjesweg en de Diedenweg in gebruik. Vermoedelijk waren de begravenen afkomstig uit de verschillende buurschappen van Wageningen, die op de grens lagen van de flank van de stuwwal en het Binnenveld. Herkenbaar zijn nog de buurschappen De Peppeld (omgeving Wildekamp) en Leeuwen (omgeving restaurant Het Gesprek, vroeger De Keijzer); in beide buurschappen is ook de kenmerkende drinkpoel of kolk nog aanwezig. Het gehucht Dolder lag rondom de kruising Van Uvenweg / Churchillweg / Dolderstraat. Dolder of Thulere werd al in 838 genoemd, evenals Brakel (Bracola), op de hoek van Julianastraat en Van Uvenweg.
De verschillende buurschappen waren volgens eenzelfde principe opgebouwd: boerderijen rondom een gezamenlijke agrarische gebruiksruimte (brink), aan de oostzijde het akkerland (op de Wageningse eng, die toen veel groter was) en ten westen van de gehuchten de weilanden in het Binnenveld, heel regelmatig gepercelleerd. Dit Binnenveld werd vanaf de dertiende eeuw in cultuur gebracht.
Belangrijke boerderijen waren de Stenen Kamer in Dolder (gebouwd 1597, afgebroken 1954) en de Tarthorst aan de Tarthorsterweg, nu Haverlanden (afgebroken 1969). De brinken waren door middel van schaapsdriften verbonden met de weilanden in het Binnenveld. Relatief intact gebleven is de schaapsdrift van de Droevendaalsesteeg. Daarlangs zijn nog oude elzen te vinden. …