Uithoorn: Geschiedenis
Rond het Rechthuis (het gebouw waar de Proost rechtszittingen hield) is in de loop der tijd een kleine nederzetting ontstaan, die de naam Uithoorn kreeg. Circa 1 kilometer ten noorden hiervan lag de destijds grotere buurtschap Thamen. De bestaansmiddelen bestonden uit landbouw en veeteelt. Het eerste werd door de gestage bodemdaling steeds moeilijker. Vanaf circa 1600 nam turfwinning in betekenis toe. Als gevolg hiervan ontstonden grote veenplassen, die eerst veel later ingepolderd werden.
Bij de inval van de Franse troepen in 1672 kwam Uithoorn aan de frontlinie te liggen. Er werden versterkingen opgeworpen; de huidige straatnaam Schans herinnert hier nog aan. Toen Nederland deel uitmaakte van het Eerste Franse Keizerrijk werden Thamen en Uithoorn per 1 januari 1812 samengevoegd tot één gemeente Uithoorn. Ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd Thamen op 1 januari 1818 weer afgesplitst van Uithoorn en per 19 september 1819 werd Uithoorn bij de provincie Utrecht gevoegd. Deze situatie duurde kort: op 1 oktober 1819 ging Uithoorn weer deel uitmaken van de provincie Noord-Holland en op 10 februari 1820 werd Thamen weer geannexeerd.
De economische ontwikkeling bleef beperkt; hierin kwam in het midden van de negentiende eeuw verandering door de komst van enige (onder meer chemische) industrie. De drooglegging van een aantal grote plassen, de Legmeerplassen, (vanaf 1879 de Noorder Legmeerpolder en vanaf 1882 de Zuider Legmeerpolder) leverde aan het eind van de negentiende eeuw extra landbouwgrond op. Met name in De Kwakel werd veel tuinbouw gevestigd. Vanaf circa 1885 werden rond Uithoorn diverse fortificaties, zoals Fort aan de Drecht van de Stelling van Amsterdam aangelegd.
In 1915 werd Uithoorn aangesloten op het spoorwegnet van de Haarlemmermeerspoorlijnen en kreeg een station. Er waren spoorlijnen in vier richtingen: Aalsmeer, Amsterdam, Nieuwersluis en Alphen aan den Rijn. Het stationsgebouw uit 1914 is nog aanwezig en in gebruik als restaurant. Het personenverkeer werd hier gestaakt in 1950. De laatste goederentreinen van en naar Uithoorn reden in 1986. De spoorlijn is daarna opgebroken, gedeelten van het tracé zijn gebruikt voor een busbaan. In juli 2024 is de Amsteltram vanuit Amstelveen Westwijk via het oude spoorwegtracé verlengd naar Station Uithoorn.
Een deel van de oude spoorlijn (Aalsmeer – Mijdrecht) werd ingericht als busbaan, waarbij de rivier de Amstel wordt gekruist via de oude spoorbrug. Vanaf het busstation in Uithoorn tot vlak voor Mijdrecht beschikt het openbaar vervoer daarmee over een vrije busbaan, die slechts in één rijrichting (evenwijdig aan de file) gebruikt wordt.
De aanleg van de provinciale weg Haarlem – Hilversum (de huidige N 196) betekende een doorsnijding van Uithoorn. Over de Amstel werd een grotere brug gebouwd (de huidige Prinses Irenebrug) die op 2 september 1939, daags na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in gebruik werd genomen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd door burgemeester Cornelis Machiel Antonius Koot en de stedenbouwkundige prof. Wieger Bruin een schets voor een structuurplan voor de naoorlogse ontwikkeling opgesteld, dat in de jaren 50 en 60 in grote lijnen is uitgevoerd. Vanaf 1948 werd de wijk Thamerdal gebouwd, vanaf circa 1960 de wijk Zijdelwaard en vanaf 1972 de wijk Legmeer, alle ten noorden van de N196 (toenmalige N201). Vanaf 1985 werd ook ten zuiden van de N201 gebouwd, in de wijken Meerwijk-West en Meerwijk-Oost. …