Wassenaar (gemeente): Geschiedenis
De oudste sporen van bewoning in Wassenaar dateren uit circa 1800 voor Christus. Archeologische vondsten in de dorpskern wijzen op bewoning tijdens de Merovingische periode, rond de 7e eeuw na Christus.
De dorpskerk, een aan Willibrord gewijde kerk, is rond 1150 gebouwd in Romaanse stijl. In de noordwand van de kerk is nog een deel muurwerk zichtbaar uit de 12e eeuw. Een testament van Ida van Santhorst uit 1310 is het oudste archiefstuk dat melding maakt van de dorpskerk.
De hoge duinen ten westen van de kerk zijn pas later ontstaan. In de strandwal in de nabijheid van de kerk lag de Burcht, een mottekasteel van de heren van van Wassenaer. De eerste vermelding van een lid van dit geslacht dateert van 1200. De vondst van een spinsteentje, een molensteen en metaalslakken, afkomstig van een lokale smederij, uit de 13e eeuw duidt op de aanwezigheid van verschillende typen ambachtslieden. In de 14e eeuw werd er rechtgesproken in het "Wapen van Wassenaar".
Lange tijd bleef Wassenaar een klein dorp. Aan het einde van de middeleeuwen liep vanuit Wassenaar een weg naar het aan zee gelegen, in 1396 gestichte en in de 16e eeuw weer verdwenen zeedorp Berkheide.
In de 16e eeuw (rond 1573-74) werd Wassenaar grotendeels vernietigd door inwoners van Leiden die wilden voorkomen dat Spaanse troepen hun intrek in Wassenaar zouden nemen.
In de Gouden Eeuw ontstonden er buitenplaatsen van rijke Haagse burgers. Clingendael en Duinrell stammen al uit de zeventiende eeuw. De voorganger van Huize De Paauw dateert al uit 1556, nog voor de Tachtigjarige Oorlog. In 1795 telde Wassenaar 26 buitenplaatsen.
Rond 1805 werd de "Heerweg" tussen Den Haag en Haarlem (de huidige Rijksstraatweg, nu beter bekend als de N44/A44), bestraat. Initiatiefnemer hiervoor was Adriaan Pieter Twent van Raaphorst, bewoner van het aan die "Heerweg" gelegen Huize de Paauw en "minister" van Binnenlandse Zaken en Verkeer en Waterstaat onder Lodewijk Napoleon.
Omstreeks 1840 liet de broer van koning Willem II, prins Frederik, het paleisje "De Paauw" aanleggen, waar hij decennia gewoond heeft en dat als gemeentehuis van Wassenaar dient. Hij kocht aangrenzende landgoederen op, waardoor een groot, aaneengesloten gebied ontstond.
In 1884 annexeerde Den Haag buitenplaats Duinzigt en in 1907 de landgoederen Reigersbergen en Marlot.
Na de aanleg van de spoorlijn Rotterdam Hofplein - Scheveningen (het tracé daarvan vormt de latere Landscheidingsweg) in 1907/'08 begon Wassenaar zich te ontwikkelen als villadorp voor rijke havenbaronnen en -industriëlen. Deze ontwikkeling stagneerde tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar vanaf de jaren twintig en dertig verrezen veel grote villa's in de bosrijke omgeving van het dorp Wassenaar. Tussen de wereldoorlogen verrees ook de wijk De Kieviet in de buurt van het negentiende-eeuwse lustslot kasteel Oud-Wassenaar. Vanaf 1923/'25 had Wassenaar ook een tramverbinding met Den Haag en Leiden (de Gele Tram). De spoor- en tramlijnen door Wassenaar werden in 1953, respectievelijk 1961 opgeheven.
In Wassenaar zijn twee internationale verdragen uitgewerkt:
Het Verdrag van Luxemburg in 1952 over Wiedergutmachung aan Joodse slachtoffers van nazi-Duitsland
Het Wassenaar Arrangement in 1995 over exportbeperkingen voor wapens.
Op 24 november 1982 werd ten huize van Chris van Veen, de voorzitter van werkgeversorganisatie VNO, het Akkoord van Wassenaar gesloten. Hierin werd de basis gelegd voor het later veelbesproken poldermodel.