Beuningen (Gelderland): Geschiedenis
Het gebied waar Beuningen nu ligt werd vroeger mogelijk al door de Romeinen bewoond. In ieder geval worden er af en toe opgravingen uit de Romeinse tijd gedaan. Tot ongeveer 1900 was Beuningen, net zoals Ewijk en Winssen, een arm boerendorp dat vaak door overstromingen getroffen werd. Toch waren er ook een behoorlijk aantal zeer goed bemiddelde families in Beuningen, met name grote boeren, die voor de hoogste belastingopbrengst in de streek zorgden.
Op 1 januari 1818 werd de gemeente vergroot door de annexatie van de opgeheven gemeente Weurt en op 1 juli 1980 door de annexatie van de opgeheven gemeente Ewijk.
Van 1900 tot 1970 was er een nonnenklooster gevestigd, dat trachtte de armoede te verlichten. Eind jaren twintig veranderde deze situatie door de aanleg van het Maas-Waalkanaal met de nieuwe Waalhaven op de grens van Weurt en Nijmegen (1928) en de aanleg van betere straten. Ook was er de aanleg van de stoomtram van Nijmegen naar Druten. De stoomtram kwam over de Van Heemstraweg door Beuningen. De komst van de Van Heemstraweg (1927-1959) verbond Beuningen met Nijmegen aan de oostkant en aan de westkant de dorpen aan de Waal tot aan Zaltbommel.
Tegenwoordig is Beuningen uitgegroeid tot een groeikern, c.q. voorstadje van Nijmegen, met vele nieuwbouwwijken.
In Beuningen staat verder een standerdmolen, De Haag.