Heimatgeschichte · Tholen ·

Tholen (gemeente): Geschiedenis

Tholen (gemeente): Geschiedenis

De oudste sporen van bewoning op Tholen dateren van rond het begin van onze jaartelling (Late IJzertijd en Romeinse periode). Archeologische vondsten, zoals een gitarmband en resten van een boerenwoning met Romeins en inheems aardewerk (2e eeuw n.Chr.), wijzen op vroege bewoning op het veen, met name bij Poortvliet en Sint-Maartensdijk.
Tholen ontstond uit meerdere kleine eilanden en schorren (zoals Schakerloo, Scherpenisse, Poortvliet, Sint-Maartensdijk en Stavenisse) die vanaf de 12e eeuw werden bedijkt en ingepolderd. Reeds in 1212 wordt Schakerloo genoemd. Door afdammingen van kreken (zoals de Pluimpot in 1556) groeiden deze gebieden in de 13e tot 16e eeuw aaneen tot één eiland. Stormvloeden veroorzaakten regelmatig landverlies, maar nieuwe inpolderingen compenseerden dit.
De naam Tholen (of Ter Tolne) verwijst naar de tol die hier werd geheven op de scheepvaart. Oorspronkelijk lag een tol bij Schakerloo op de Striene, maar graaf Willem I liet een nieuwe tol bouwen op de dijk van de Vijftienhonderdgemetenpolder aan de Eendracht (een voormalige Schelde-arm). Rond deze tol ontstond een nederzetting. In 1290 verkreeg de plaats tolvrijheid van graaf Floris V. Omstreeks 1366 kreeg Tholen stadsrechten. Visserij en zoutziederij (met talrijke zoutketen) waren belangrijke economische activiteiten.
Begin 14e eeuw liet Jan van Beaumont een stadsmuur bouwen. In 1452 werd de stad geteisterd door een grote brand. Tholen behoorde tot het Graafschap Zeeland en ontwikkelde zich tot een vestingstad. In de middeleeuwen lagen de stad Reimerswaal (op Zuid-Beveland) en de stad Tholen hemelsbreed slechts zo’n 3 tot 4 kilometer van elkaar verwijderd. Beide waren belangrijke plaatsen in het oostelijke deel van Zeeland, gescheiden door waterarmen van de Oosterschelde.
Reimerswaal, ooit de derde stad van Zeeland, raakte in de 16e eeuw in verval door zoutwinning (bodemdaling) en herhaalde overstromingen. Na brandschatting tijdens de Tachtigjarige Oorlog en definitieve overstromingen in de vroege 17e eeuw verdween de stad grotendeels in de golven. Veel inwoners verlieten Reimerswaal en trokken naar nabijgelegen plaatsen, waaronder Tholen. Daar vormden de “Romerswalenaars” (vooral mosselvissers en hun nakomelingen) lange tijd een herkenbare eigen gemeenschap. Verschillende families uit Reimerswaal vestigden zich in Tholen en droegen bij aan de lokale bevolking.
In de late 16e eeuw speelde Tholen een rol in de godsdiensttwisten en de Tachtigjarige Oorlog. Rond 1577 ging de stad over tot de Reformatie en sloot zich aan bij de prins van Oranje (laatste stad in Zeeland). Vanaf 1603 werd de stad versterkt met wallen, bastions en grachten als onderdeel van de Linie van de Eendracht tegen Spanje. Deze vestingwerken bleven in latere oorlogen in gebruik tot ze in 1814 werden opgeheven.
Economisch bloeide Tholen dankzij visserij, zoutwinning en later de meekrapteelt (meestoven voor verfstof). Overstromingen bleven een constante dreiging in de 16e eeuw.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond inundatie plaats (1944). De Watersnoodramp van 1953 trof het eiland zwaar: vooral Stavenisse leed grote verliezen (153 doden) door dijkbreuken. Na de ramp werden dijken versterkt en vond herverkaveling plaats.
Tot 1928 bleef Tholen een echt eiland, alleen bereikbaar per veerpont (o.a. vanuit Halsteren). In 1928 opende een brug over de Eendracht (met tramverbinding). In de 20e eeuw volgden de Philipsdam en de Oesterdam (1979-1986), waardoor Tholen een schiereiland werd. …

von Fremdinhalte · Regionauts

Quelle: Text: Wikipedia – „Tholen (gemeente)“, Autorinnen und Autoren (Versionsgeschichte), CC BY-SA 4.0 · Foto: S.J. de Waard, CC BY-SA 3.0 – Wikimedia Commons