Rhenen: Geschiedenis
Rhenen verkreeg in 1258 stadsrechten nadat de plaats in 855 als 'villa Hreni' (buurschap Rhenen) voor het eerst werd genoemd. In de Middeleeuwen was Rhenen het meest vooruitgeschoven steunpunt van de bisschop van Utrecht in zijn voortdurende strijd tegen de graven, later hertogen, van Gelre. De bisschop bezat hier het kasteel Ter Horst, dat uiteindelijk in 1543 werd afgebroken. Na de centralisatie van het landsbestuur door keizer Karel V bleef Rhenen eeuwenlang een rustig garnizoensstadje, dat als een van de vijf steden van het Sticht een bescheiden rol speelde in het bestuur van het gewest.
In de 17e eeuw had de verdreven koning Frederik V van de Palts een zomerresidentie in Rhenen. Hij liet het paleis in 1630-1631 bouwen naar ontwerp van de Haagse architect Bartholomeus van Bassen. Dit Koningspaleis, zoals het werd genoemd, werd in 1812 afgebroken. Het is te zien in het gezicht op Rhenen, dat Jan van Goyen in 1649 schilderde, en dat in het gemeentelijk museum hangt. Verder herinneren in Rhenen alleen nog een gedenksteen en de straatnaam Frederik van de Paltshof aan het verblijf van de vorst.
In de 19e eeuw was Rhenen, gelegen aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug, een centrum van tabaksteelt. Daarin kwam na 1870 geleidelijk een einde door de invoer van koloniale tabak uit vooral Sumatra.
In mei 1940 werd er hevig gevochten bij Rhenen tussen Duitsers en Nederlanders tijdens de Slag om de Grebbeberg. De bevolking werd geëvacueerd naar het westen en keerde pas vanaf 18 mei terug. Het stadje bleek zwaar gehavend. In Rhenen werden 162 woningen geheel verwoest, en circa duizend huizen waren zwaar beschadigd. De Cunerakerk en -toren stonden nog overeind en konden worden gerestaureerd. Kort na de terugkeer werd begonnen met het ruimen van puin. Daarbij werden werklozen ingeschakeld. Architect ir. C. Pouderoyen maakte in korte tijd een ontwerp voor de herbouw van het stadje. Daarbij werd bewust niet gekozen voor het weer opbouwen van de verwoeste huizen, maar voor een nieuw ontwerp naar de ideeën van de Delftse School. Pouderoyen koos er ook voor om de provinciale weg door het centrum te laten lopen, in plaats van eromheen. In de loop van 1942 was het reconstructieplan grotendeels uitgevoerd. Tijdens de gevechten van 1944 en 1945, bij de bevrijding van Nederland, werd Rhenen nogmaals getroffen.
In 1950 werden bij werkzaamheden aan de weg van Rhenen naar Elst graven gevonden in de helling van de Donderberg. Het bleek een Frankisch grafveld met ca. 1100 graven daterend uit 350 tot ca. 750 na Chr. Het is het rijkste Merovingische grafveld dat in Europa is gevonden. De gevonden sieraden zijn te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Op de Grebbeberg ligt de grootste walburcht van Nederland. De bouw ervan begon in de periode 650-710. Andere vroegmiddeleeuwse vondsten zijn een goudschat (Achterberg) en een muntschat van ca. 100 gouden munten en 170 zilveren munten bij Remmerden en op de Koerheuvel nabij de oude watertoren een bronzen situla (rituele emmer) vermoedelijk uit de vroege Nederlandse ijzertijd ca 750 v.Chr.
In 2008 vierde de stad zijn 750-jarige bestaan.
Op Koninginnedag 2012 bracht toenmalig koningin Beatrix samen met haar familie een bezoek aan Rhenen en Veenendaal.