Heimatgeschichte · Enkhuizen ·

Enkhuizen: Geschiedenis

Enkhuizen: Geschiedenis

Reeds in de bronstijd was er nabij het latere Enkhuizen een nederzetting aanwezig. Bij archeologische opgravingen in 2009 zijn hiervan onder meer boerderijen en een grafheuvel teruggevonden die dateren uit 1575-1200 v.Chr. Er is echter geen sprake van continue bewoning.

Enkhuizen begon zijn bestaan in de middeleeuwen als haven- en vissersdorp. Op 27 januari 1356 verleende Graaf Willem V Enkhuizen in een korte oorkonde stadsrechten, naar model van dat van Medemblik, dat in 1289 stadsrechten had gekregen. Deze eerste oorkonde was in het Nederlands gesteld. Op 4 april 1356 volgde de officiële bevestiging, in een langer, in het Latijn gesteld document, waarin het volledige stadsrecht was opgetekend.

Bij de verlening van het stadsrecht werd Enkhuizen officieel verenigd met het naburige dorp Gommerkarspel, waarvan de kern ongeveer op de plaats van de huidige Wester- of Sint-Gomaruskerk moet hebben gelegen. Buitendijks lag nog het "Oostdorp Enkhuizen" dat waarschijnlijk verdronk bij de stormvloed van 1421. In 1422 kregen de bewoners toestemming de restanten van de buitendijks gelegen kerk op te breken en binnendijks een nieuwe kerk te bouwen, de latere Zuider- of Sint-Pancraskerk. Enige tijd later werd ook begonnen met de bouw van de Westerkerk, en in de wedloop om de grootste en mooiste kerk te bouwen, kwam duidelijk tot uitdrukking hoezeer de vissers van Enkhuizen en de landbouwers van het voormalige Gommerkarspel nog gescheiden gemeenschappen waren.
In de 14e eeuw werd ook de eerste haven gegraven, waarvan de Zuider Havendijk is overgebleven. In de 15e en 16e eeuw werd overgegaan tot uitbreiding van de havens en de aanleg van vestingwerken. Deze vestingwerken zouden na een grote stadsuitbreiding aan het einde van de 16e eeuw de vorm krijgen waarin ze nog duidelijk zichtbaar zijn in de stad (de Vest).

De Reformatie en het begin van de Opstand vormden de opmaat tot de bloeitijd van Enkhuizen. Op 21 mei 1572 geschiedde de Opstand van Enkhuizen, waarbij boze burgers de Spaansgezinde magistraten gevangen namen en Spaanse troepen de doortocht weigerden. Enkhuizen schaarde zich de volgende dag als eerste Hollandse stad achter de prins van Oranje toen zij de vloot met watergeuzen in de stad verwelkomden. Daarbij verkregen de calvinistische 'hardliners' een vrij grote invloed. Op 25 juni 1572 werd door de calvinistische geuzen van Diederik Sonoy, die juist tot burgemeester van Enkhuizen was benoemd, een aantal Alkmaarse franciscanen in Enkhuizen na martelingen en gruwelijke verminkingen gedood door ophanging. Deze groep zou later de martelaren van Alkmaar worden genoemd.
Als beloning voor het zich achter de prins scharen kreeg Enkhuizen in 1573 het zogeheten paalkistrecht, dat het overnam van het toen nog steeds koningsgezinde Amsterdam. Dit lucratieve privilege hield in dat Enkhuizen de betonning op de gehele Zuiderzee mocht verzorgen, en als tegenprestatie belasting mocht heffen van alle schepen op de Zuiderzee.
De 17e eeuw was de bloeitijd van Enkhuizen. De stad telde de grootste haringvloot van de Nederlanden, en bezat tevens een kamer van de VOC. Ook de West-Indische Compagnie was in de stad vertegenwoordigd. Door handel op de Oostzeelanden, Engeland, West-Afrika en Indië werd Enkhuizen rijk. De stad telde zo'n 25.000 inwoners, aanzienlijk meer dan het huidige aantal. In 1671 kwam de straatweg tussen Enkhuizen en Hoorn gereed, de eerste in het gewest Holland, waarmee de verbinding met het achterland aanzienlijk verbeterde. …

von Fremdinhalte · Regionauts

Quelle: Text: Wikipedia – „Enkhuizen“, Autorinnen und Autoren (Versionsgeschichte), CC BY-SA 4.0 · Foto: Recbadenk, CC BY-SA 3.0 – Wikimedia Commons