Son en Breugel: Geschiedenis
Archeologische vondsten wijzen er op dat er al in de Oude Steentijd (12.000-10.000 v.Chr.) mensen tijdelijk hun kamp opsloegen in Son en Breugel en dat er vanaf de Nieuwe Steentijd (5300-2300 v.Chr.) hier permanente bewoning was. Het centrum van Son is in de Romeinse tijd een bijzondere plek geweest, getuige de vondsten die daar gedaan zijn.
De huidige dorpskernen kwamen tot ontwikkeling in de 12e tot 14e eeuw. Zij ontwikkelden zich ongeveer in hetzelfde tempo. In de 15e eeuw waren Son en Breugel bijna even groot. In 1474 telden Son en Breugel samen 328 huizen. In de periode erna kregen zowel Son als Breugel zwaar te lijden onder de gevolgen van oorlogsgeweld, dat met tussenpozen aanhield tot en met de 80-jarige oorlog. Toen die in 1648 eindigde, stonden er nog maar de helft van dit aantal. In totaal woonden er toen naar schatting 600-700 mensen. Breugel herstelde het moeilijkst van de plunderingen en het geweld dat oorlogvoerende legers aanrichtten. Maar langzaam kwam er in beide kernen toch een herstel op gang.
Van oudsher hadden Son en Breugel een gemeenschappelijke schepenbank voor rechtspraak en bestuur. Onder Napoleon werden de kernen in 1814 samengevoegd tot één gemeente met één wapen. Het aantal inwoners lag toen op circa 1500 en dat bleef zo tot in de 20e eeuw. In de 19e eeuw was Son en Breugel een voornamelijk agrarische gemeente, waar de weinige grote boeren de dienst uitmaakten: zij waren de bestuurders, waren raadslid, wethouder of burgemeester. In tegenstelling tot andere Brabantse dorpen kende Son en Breugel in de 19e eeuw geen opkomst van de industrie.
Pas na 1910 kwam er echte bevolkingsgroei op gang. Deze vond plaats in de tijd van de ontginning van de Sonse Heide, waarvoor ook mensen van buiten aangetrokken werden. Tegelijk daalde het sterftecijfer. In minder dan 30 jaar verdubbelde de bevolking van 1597 in 1910 tot 3538 in 1940. Dit was onder meer te danken aan burgemeester Antoon van de Ven, die ervoor gezorgd had dat de Stoomzuivelfabriek Sint-Petrus en de destructor van de NCB zich in Son vestigden en door de bouw van de Philipswijk voor werknemers van de N.V. Philips Gloeilampenfabrieken in Eindhoven.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, op 17 september 1944, vonden luchtlandingen plaats ten noordwesten van Son als onderdeel van Operatie Market Garden. Een van de taken van de parachutisten was de verovering van de Sonse brug over het Wilhelminakanaal. Die werd door de Duitse bezetters echter opgeblazen waardoor de opmars van grondstrijdkrachten naar het hoofddoel, de Rijnbrug bij Arnhem, vertraging opliep. Er werd enkele dagen hevig gevochten in en rond Son (zie bijvoorbeeld de soldaten Joe Mann en Robert Cole). Ten noorden van Son, in de buurtschap Wolfswinkel, bevond zich gedurende enkele jaren een tijdelijke militaire begraafplaats. Waarnemend burgemeester Hendrik Veeneman, die weigerde mannen uit zijn gemeente aan de bezetter te leveren voor dwangarbeid, werd samen met een aantal collega's van dorpen in de regio geïnterneerd in kamp Vught waarna hij werd afgevoerd naar concentratiekamp Sachsenhausen en later Mauthausen, waar hij kort voor de bevrijding overleed.
In de periode na 1960 ontwikkelde de gemeente zich van een boerendorp tot een forensengemeente. De groei van de bevolking zette in die tijd gestaag door. Op 16 augustus 2002 werd de 15.000e inwoner geboren. …