Bunnik (gemeente): Geschiedenis
De geschiedenis van de gemeente gaat zo’n 2000 jaar terug. De Romeinen bouwden kort na het begin van onze jaartelling bij Fectio (Vechten) een belangrijk castellum met een haven aan de toenmalige loop van de Rijn, hun grensrivier. Destijds was de Lek minder belangrijk. Het meeste water stroomde vanaf Wijk bij Duurstede naar het noorden, door Bunnik via Utrecht naar Katwijk aan den Rijn (zie Kromme Rijn, Leidse Rijn, Oude Rijn). In 2023 werd een muntschat gevonden, enkele kilometers ten oosten van het fort, met honderden Romeinse en andere munten, die tezamen begraven werden in 47 na Chr.
Bij het castellum ontwikkelde zich een handelsplaats. Deze bleef bestaan, ook toen het castellum in de vierde eeuw definitief door de Romeinen werd verlaten. Het gebied werd toen achtereenvolgens bezet door de Friezen en de Franken. In 723 schonk de Frankische hofmeier Karel Martel onder andere de restanten van Fectio aan de Utrechtse kerk. Onder kerkelijke leiding werd het gebied tussen de 8e- en 14e eeuw geheel ontgonnen. Belangrijk voor de ontginningen was de dam die in of kort na 1122 te Wijk bij Duurstede in de Rijn werd gelegd, zodat de Lek de doorgaande route werd. Sindsdien is de waterstand in de Kromme Rijn te regelen, maar is er vrijwel geen scheepvaart meer. In de 8e en 9e eeuw ontwikkelden zich de drie kerkdorpen Bunninchem (Bunnik), Iodichem (Odijk) en Wercundia (Werkhoven). In de 12e en 13e eeuw werden er kleine dorpskerkjes gebouwd.
Uit de kerkelijke indeling ontwikkelde zich aan het eind van de middeleeuwen een aantal gerechten (bestuurlijke organisaties), die in de Franse tijd werden vervangen door gemeenten. Van 1817 tot 1856 waren er vier gemeenten op het grondgebied van de huidige gemeente Bunnik, die ieder een kwartier leverden van het gemeentewapen: de rode haan van Bunnik; St. Nicolaas uit Odijk; het Witte Paard van Werkhoven; en de Fleur de lis (uit het Van Renesse-wapen) van Rhijnauwen.
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog telde Bunnik 2300 inwoners. Het was aanvankelijk het plan om de Duitsers tegen te houden door de Nieuwe Hollandse Waterlinie onder water te zetten, waarbij Bunnik onderdeel van de frontlinie zou worden. Echter, doordat de Duitsers al binnen drie dagen door de Grebbelinie heen gebroken waren, ging dit plan niet door en werd het dorp kort daarna bezet.
Tijdens de oorlog waren er een paar plekken van belang. Ten eerste vonden er op het Fort bij Rijnauwen regelmatig executies plaats van verzetsstrijders, die vanuit de gevangenis in Utrecht naar het fort werden gebracht. Daarnaast werd het dorp meermaals gebombardeerd door de geallieerden vanwege de snelwegviaducten en de spoorbrug over de Kromme Rijn, maar de bommen misten hun doelwit en vernielden woonhuizen, waarbij ten minste 8 doden vielen.
Sinds 1897 hadden de gemeentes Odijk, Werkhoven en Bunnik een gemeenschappelijk gemeentehuis in Bunnik en in 1964 zijn deze gemeentes samengevoegd tot de huidige gemeente Bunnik. In eerste instantie werd het oude raadhuis van Bunnik aan de Dorpsstraat de zetel van de gemeente. Vanaf 1984 was het gemeentehuis gevestigd aan de Langstraat in Bunnik, totdat in 1994 werd besloten tot de bouw van een nieuw gemeentehuis in Odijk. In augustus 1974 besloot de gemeenteraad tot het vaststellen van een gemeentevlag. Drie golvende banen van groen, wit en groen stellen de Kromme Rijn voor, stromend door de groene velden. …