Gulpen-Wittem: Geschiedenis
Het grondgebied van de gemeente Gulpen-Wittem is al heel lang bewoond. In de Vijlenerbossen zijn ca. 7000 jaar oude grafheuvels gevonden uit de tijd van de Bandkeramische cultuur (zie Grafheuvels Vijlenerbos). Het gebied was in de Romeinse tijd zeker al in cultuur gebracht, hoewel sporen van Romeinse aanwezigheid tamelijk zeldzaam zijn. De Oude Akerweg - van oorsprong een Romeinse heerweg die van Maastricht naar Aken voerde - liep waarschijnlijk vanaf Scheulder via de onverharde Beversbergweg naar de Dorpsstraat in het centrum van Gulpen en vandaar via de Deken Schneiderstraat, Pinckersweg en de Gulperbergweg over de Gulperberg, en daarna afdalend via de Bergweg aansluitend op de Akerweg bij Partij en vandaar via de Gulkoelerweg naar Hilleshagen, waar de weg het tracé van de huidige Hilleshagerweg volgde naar Vijlen. Na de Romeinse tijd raakten grote delen van het in cultuur gebrachte land opnieuw bebost. In de vroege middeleeuwen werden voornamelijk de lager gelegen gebieden ontgonnen; in de periode 1000-1300 volgde de rest, ook de hoger gelegen plateaus.
In de late Middeleeuwen ontstonden in het gebied van het huidige Zuid-Limburg en het noorden van de provincie Luik het zogenaamde Land van 's-Hertogenrade, Land van Valkenburg en Land van Dalhem, elk weer samengesteld uit kleine heerlijkheden. Na de Limburgse Successieoorlog (1283-1288) kwamen het Hertogdom Limburg en het Land van ’s-Hertogenrade aan de hertog van Brabant, in de veertiende eeuw ook het Land van Valkenburg en het Land van Dalhem. De drie Landen van ’s-Hertogenrade, Valkenburg en Dalhem stonden samen bekend als de Landen van Overmaas, omdat zij vanuit Brabant gezien aan de overzijde (de oostelijke zijde) van de Maas lagen. Het Hertogdom Brabant, het Hertogdom Limburg en de Landen van Overmaas werden in de vijftiende eeuw onderdeel van de Bourgondische Nederlanden en vervolgens Habsburgse Nederlanden. Tussen de drie Landen van Overmaas lagen enkele heerlijkheden waarvan de soevereiniteit lang betwist was maar die zich na de zestiende eeuw als ‘vrije Rijksheerlijkheden’ onderdeel beschouwden van het Heilige Roomse Rijk.
Van het gebied van de huidige gemeente Gulpen-Wittem behoorde de heerlijkheid Gulpen en omgeving tot het Land van ’s-Hertogenrade en dus tot de Nederlanden, maar waren de heerlijkheden Wijlre, Wittem (met Eys, Mechelen, Epen, Wahlwiller en Nijswiller) en Slenaken Rijksheerlijkheden.
Na afloop van de Tachtigjarige Oorlog (1648) kwamen Spanje en de Republiek in het Partagetraktaat van 1661 een verdeling van de Landen van Overmaas overeen. Het Staatse deel van het Land van ’s-Hertogenrade bevatte Gulpen, Margraten en Vaals. De Rijksheerlijkheden Wijlre, Wittem en Slenaken waren niet bij de verdeling betrokken en bleven ‘Duits’. In 1732 wist de heer van Wittem, Ferdinand von Plettenberg, de heerlijkheid Wittem tot Rijksgraafschap te verheffen. Hij verwierf ook de heerlijke rechten van Gulpen en Slenaken, maar zijn zoon wist die niet te behouden.
De situatie in Gulpen, Wittem, Wijlre en Slenaken bleef bestaan tot de inlijving van de Zuidelijke Nederlanden, inclusief de Landen van Overmaas, bij de Franse Republiek in 1795. Het grootste deel van het gebied van de huidige provincies Nederlands- en Belgisch Limburg werd een nieuw Frans departement: Nedermaas (Meuse-Inférieure). Gulpen, Wijlre, Wittem en Slenaken werden communes (gemeenten) in het kanton Wittem, dat verder ook Margraten en Vaals omvatte. …