Woudenberg: Geschiedenis
=== Ontginning ===
De laatmiddeleeuwse ontginningen van het bosgebied Hengistcoto (Henschoten) en het Westerwoud rond het latere Woudenberg zijn met elkaar verbonden. De naamdelen -schoten en -berg verwijzen beide naar een verhoging, terwijl Woud- duidt op moerasbos, zompig bos.
Henschoten, enkele kilometers ten westen van Woudenberg, kwam eerder tot ontwikkeling. In 1131 schonk het Sticht Utrecht het gebied aan de St. Laurensabdij te Oostbroek, bij De Bilt. In de kern van Hengistcoto bouwde de abdij een boerderij met omwalling, ter hoogte van het huidige kruispunt van de Zeisterweg (N224) en Doornseweg (N227). Kort daarna, in 1133, kochten de abdij en drie particulieren een gebied in het Westerwoud, maar dit bleef ruim een eeuw vrijwel onontwikkeld, tot 1240. Toen gaf de abdij, inmiddels de enige eigenaar, het gebied in erfpacht aan de edelman Philips van Rijningen uit Wijk bij Duurstede, om de circa vijfhonderd hectare moerassig land te ontginnen. Hij liet ontwateringssloten graven en kades opwerpen en er ontstond een doorgaande west-oostverbinding richting Scherpenzeel met kruisende ontginningsassen: Ekris, Weteringsedijk (Maarsbergseweg) en Griftdijk. Aansluitend op de ontginningswerken ontstond in het centrum van het Westerwoud de nederzetting Woudenberg.
Het ontginningsgebied werd begrensd door de lijn Zegheweg-Rumelaarseweg. Het gebied ten oosten hiervan hoorde onder Amerongen en was voor 1352 al in het bezit van Gijsbert van Abcoude. Zijn bezittingen in dit deel van het Sticht Utrecht sloten met de verwerving van de vijfhonderd hectare in 1352 nu naadloos op elkaar aan. Al snel – in ieder geval voor 1375 – resulteerde dit in een bestuurlijke samenvoeging onder de schepenen van Woudenberg.
Rond 1280 was het gebied ontsloten, opgedeeld en grotendeels in leen uitgegeven. Philips' kleinzoon Jan van Rijningen liet een burcht bouwen in zijn territorium in het (Wester-)Woud: het Huis te Woudenberg. Dit stond op de huidige kruising Vondellaan/'t Schilt, vlak ten zuidwesten van de dorpskern van Woudenberg.
In 1340 kwam Woudenberg in handen van Jan II van Culemborg en in 1352 verkocht deze het weer aan Gijsbert van Abcoude. Jan van Culemborg junior was het daar niet mee eens en hij overviel het kasteel. Hij hield zeventien weken stand, totdat een Stichts leger het in 1353 innam en verwoestte.
Al in 1309 was sprake van een kapel in Woudenberg. De stenen van het verwoeste kasteel werden gebruikt om de kerk te verbeteren. Deze kerk staat er, in zeer gewijzigde vorm, nu nog: het is de Woudenbergse dorpskerk. Bij de restauratie in 1988 zijn muurdelen gevonden die gemaakt leken te zijn van deze 14e-eeuwse stenen.
Kort na 1400 zijn er veel bouwactiviteiten: de kerk krijgt een toren met klokken en er verrijzen versterkte huizen:
kasteel Geerestein
ridderhofstad Groenewoude op Ekris
een tweede Huis te Woudenberg tussen Achterstraat (tegenwoordig Burgwal) en Middenstraat.
Van het laatste slot zijn bij bouwwerkzaamheden rond 1990 sporen van de oude grachten teruggevonden. Van het kasteel Groenewoude is het koetshuis nog aanwezig; anno 2015 is accountantskantoor De Kruijff erin gevestigd.
Kasteel Geerestein is nog helemaal intact. Het staat aan de Geeresteinselaan; architectenbureau Inbo heeft er zijn hoofdkantoor. Geerestein was zelfstandig tot het in 1812 met Woudenberg in een gemeente opging. …