Opmeer: Geschiedenis
Het gebied was in de Nieuwe Steentijd reeds bewoond getuige de archeologische vondsten zoals het skelet van Cees de steentijdman.
De plaatsen Opmeer en Spanbroek kregen in 1414 als één plaats stadsrechten ('Opmeer en Spanbroek'). Dit was onderdeel van een bestuurlijke hervorming waarbij vrijwel het gehele West-Friese platteland in een of andere vorm stadsrechten kreeg.
In Opmeer was het rechthuis van de stede gevestigd, daterend uit 1598. Dit gebouw, in de 20ste eeuw ook bekend als 'Het Koopmanshuis', stond aan De Waterkant op de locatie waar tot 1 december 2020 een filiaal van de Rabobank was gevestigd.
Het raadhuis, dat ook dateert uit 1598, staat nog steeds in Spanbroek op de splitsing Hertog Willemweg - Spanbroekerweg. De stede was ook verantwoordelijk voor een aantal kleinere omliggende plaatsen zoals Noord-Spierdijk, Spierdijk, Zandwerven en Zuidermeer. Ook Obdam en Hensbroek maakten korte tijd deel uit van de stede Opmeer en Spanbroek. Al in 1434 echter vormden Hensbroek en Obdam samen een eigen heerlijkheid, inclusief enkele stedelijke rechten. Deze rechten werden serieus uitgebreid in 1456 tot een bijna vol stadsrecht. Bij het ontstaan van de gemeenten in de 19e eeuw werd de stede opgeheven en werden Opmeer en Spanbroek afzonderlijke gemeenten. Deze 'scheiding' duurde tot 1959, toen de gemeenten Opmeer en Spanbroek fuseerden tot de gemeente Opmeer.
De kernen Hoogwoud en Aartswoud, die tegenwoordig deel uitmaken van de gemeente Opmeer, maakten geen deel uit van de stede Opmeer en Spanbroek. Hoogwoud verkreeg zelf stadsrechten in 1414.
In 1256 vond, waarschijnlijk nabij het Berkmeer de slag van Hoogwoud plaats. Willem II van Holland sneuvelde in deze slag tegen de West-Friezen. In het gemeentewapen van de gemeente Opmeer is dit feit symbolisch weergegeven. Willem II werd na te zijn omgekomen 'begraven' achter de haardplaat van een boerderij in Hoogwoud, er wordt beweerd dat dit de huidige museum boerderij is maar aangezien deze uit 1857 stamt is dit onwaarschijnlijk net als de Willemshoeve welke uit 1700 stamt. Zijn zoon, Floris V had diverse pogingen ondernomen om zijn vader terug te vinden en in eigen gebied te begraven. Dat feit lukte met een slag in 1282, waarbij Hoogwoud werd geplunderd en de bevolking voor een groot deel uitgemoord door de Hollanders.
Uit een pentekening uit begin 18e eeuw, blijkt dat ten noorden van Hoogwoud, tussen de Koningspade en de Herenweg een kasteel heeft gestaan, het Huis van Hoogwoud. Huis was in die tijd een gangbare benaming voor kasteel. Waarschijnlijk werd dit kasteel begin 15e eeuw voor het eerst bewoond door Eduard van Holland, ridder en zoon van graaf Willem VI van Holland en halfbroer van Jacoba van Beieren. Later nam het adellijke huis Egmont zijn intrede. Dit verklaart ook de gracht om het kasteel. Het aanleggen van een gracht om een ‘huis’ was in die tijd alleen voorbehouden aan adellijke families. Waarschijnlijk is het kasteel, kort na de verkoop in 1607 door Lamoraal van Egmont, gesloopt. Naast de 18e-eeuwse pentekening is er niet veel meer informatie over het kasteel beschikbaar. De vraag rijst dan ook of er daadwerkelijk een kasteel heeft gestaan, of dat het een Herenhuis was. Gezien de gelijkenis van de tekening met de kastelen van Schagen en Purmerend en het feit dat de familie Egmont tot de hogere adel in Holland werden gerekend, kan worden aangenomen dat het daadwerkelijk om een kasteel ging. …