Heimatgeschichte · Blaricum ·

Blaricum: Geschiedenis

Blaricum: Geschiedenis

Hoewel er is gesuggereerd dat Blaricum al vóór de 10e eeuw bestond, dateert de eerste vermelding pas van 1342. Ook in 1382 wordt Blaricum in de archieven vermeld vanwege een overeenkomst over een stuk veengrond. Tevens komt het dorp ter sprake in een rechtszaak tegen een van de bewoners.
Blaricum kende een eigen dorpsbestuur. De rechtspraak werd in samenwerking met het naburige Laren uitgevoerd: beide dorpen vormden één gerecht waarbij de rechtszittingen bij toerbeurt in Blaricum en Laren werden gehouden. Voor de kerkdiensten waren de inwoners van Blaricum aanvankelijk aangewezen op het kerkje bij het Sint-Janskerkhof te Laren, totdat Blaricum rond 1400 een eigen parochie werd met een eigen kerkgebouw.
In 1494 telde Blaricum rond de 300 inwoners. In 1622 was het inwoneraantal toegenomen tot 715.
Van eind 15e eeuw tot begin 18e eeuw stond even buiten het dorp het Slot Ruysdael.
Blaricum was na de Reformatie hoofdzakelijk Rooms-Katholiek gebleven. De kerk was in protestantse handen overgegaan, maar de protestantse gemeenschap bleef klein. De katholieke bewoners maakten aanvankelijk gebruik van een boerderij, maar in 1656 kreeg de pastoor een vergunning om een eigen kerkje te bouwen.
Op 26 maart 1696 verwoestte een brand een groot deel van Blaricum, waaronder ook de school en de kerk.
In 1795, ten tijde van de Bataafse Republiek, kreeg Blaricum een eigen rechtbank. De katholieken kregen tevens de mogelijkheid om de kerk weer terug te vorderen, aangezien zij met 500 gelovigen tegen 50 gereformeerden de meerderheid vormden. Beide partijen konden het echter niet eens worden over de hoogte van de vereiste schadeloosstelling die de katholieke gemeenschap moest betalen voor het overnemen van het slecht onderhouden kerkgebouw. De kerk is uiteindelijk in protestantse handen gebleven. Wel is het eigendom van de toren, conform de wetgeving van de Franse bezetters, overgegaan naar de gemeente.
Op 21 oktober 1811 werd bij Keizerlijk Decreet besloten om Blaricum bij de gemeente Laren te voeren, maar met het vertrek van de Fransen werd dit op 13 december 1815 weer teruggedraaid bij Koninklijk Besluit. Overigens duurde het nog tot 3 april 1817 voordat het gemeentebestuur weer was geïnstalleerd.
In 1862 werd de Sint-Vituskerk gebouwd, naar een ontwerp van de architect Pierre Cuypers.
Op 15 april 1882 opende de Gooische Stoomtram de verbinding Hilversum - Laren - Blaricum - Huizen. In oktober 1947 werd de tramverbinding opgeheven.
Eind 19e eeuw werd het Gooi ontdekt door kunstenaars. Verschillende schilders vestigden zich in Laren en Blaricum en vormden daar de zogenaamde Larense School. Zij legden zich vooral toe op het schilderen van het Gooische landschap en de interieurs van de boerderijen. Een van deze schilders was de Amerikaan William Singer die in 1937 de villa Nederheem liet bouwen in Blaricum. Deze villa heeft later nog enkele decennia dienst gedaan als gemeentehuis.
De in Laren gevestigde Amsterdamse hoogleraar
Jacob van Rees stichtte in 1899 in Blaricum
de Idealistische Kolonie van de Internationale Broederschap. Deze kolonie en het huis van Van Rees vormden een ontmoetingsplaats voor vrijdenkers,
anarchisten, filosofen en kunstenaars. In de kolonie werd ook een hut gebouwd voor zoon Otto van Rees,
die met zijn gezin tussen deze kolonie en die van de vegetaristen in het Zwitserse Ascona pendelde. Toen hij tijdens de Eerste Wereldoorlog vastzat in Ascona, mocht collegaschilder
Piet Mondriaan, die juist in Nederland vastzat, de hut gebruiken. …

von Fremdinhalte · Regionauts

Quelle: Text: Wikipedia – „Blaricum“, Autorinnen und Autoren (Versionsgeschichte), CC BY-SA 4.0 · Foto: GerardM at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 – Wikimedia Commons