Oudewater: Geschiedenis
Oudewater ontstond omstreeks 1100 in een meanderbocht waar de Lange Linschoten samenkomt met de Hollandse IJssel. De oorsprong van de naam berust op water(loop) en oud, ter onderscheiding van een later gegraven nieuwe waterloop.
Oudewater was strategisch gelegen in het grensgebied van het Graafschap Holland en het Sticht Utrecht. De stad verkreeg van de 38e bisschop van Utrecht - Hendrik van Vianden - rond 1265 stadsrechten. Dit maakte de stad een belangrijke grensvesting. Oudewater behoorde aanvankelijk tot het Sticht Utrecht. In 1280 verloor het Sticht de stad aan het graafschap Holland. Oudewater werd in 1401 belegerd tijdens de Arkelse Oorlogen. Pas bij de herziening van de provinciegrenzen in 1970 werd Oudewater na bijna 700 jaar weer onderdeel van Utrecht.
Oudewater nam op 19 juli 1572 met elf andere steden deel aan de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht. In deze vergadering werd de basis gelegd voor een Nederlandse republiek onder 'leiding' van het Huis van Oranje. De bevolking van de stad werd als gevolg hiervan na een korte belegering op 7 augustus 1575 door een Spaans leger uitgemoord. Het beleg en de inname van Oudewater staat bekend als de Oudewaterse moord. Deze catastrofe wordt nog jaarlijks herdacht. Tijdens de inname van de stad ontstond een brand die een groot deel van de middeleeuwse bebouwing in de as legde.
Oudewater was in de 16e en 17e eeuw een belangrijke producent van touw en was daarmee een welvarende stad. Dit touw werd onder meer gebruikt voor de schepen van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Een groot aantal panden in de historische binnenstad dateert nog van deze periode van welvarende wederopbouw na de Oudewaterse Moord.
Voor de productie van het touw werd hennep als grondstof gebruikt. Dit werd in de wijde omgeving van Oudewater verbouwd. Tijdens het bewerkingsproces van deze hennep kwam het gele plantensap op de schorten van de touwslagers. De inwoners van het stadje heten daarom tot op vandaag geelbuiken. Tot ver in de 19e eeuw waren er volop touwslagers in Oudewater. Tegenwoordig heeft Oudewater nog een onderneming in de touwindustrie: touwfabriek G. van der Lee. Deze touwfabriek, opgericht in 1545, was tot 2013 het oudste nog bestaande familiebedrijf van Nederland.
Na het Twaalfjarig bestand raakte Oudewater minder betrokken bij de Opstand. De vestingwerken werden in de daaropvolgende jaren verwaarloosd, wat ertoe leidde dat de stad zich op 25 juni van het rampjaar 1672 genoodzaakt zag zich - zonder strijd - over te geven aan de Fransen. Het reeds tot een ruïne verworden Huis te Vliet bleef echter in Staatse handen en vormde een uitvalsbasis voor aanvallen op de Fransen. Na 1672 werd Oudewater versterkt en ging het als vestingstad deel uitmaken van de Oude Hollandse Waterlinie.
In de 17e en 18e eeuw verloor de stad haar rol van betekenis in Holland. De netten- en touwfabricage bleef van groot economisch belang, terwijl het inwoneraantal stabiel was, op minder dan 2.000. In 1808 waren nog slechts 20 van de 52 lijnbanen in bedrijf. Het wegvallen van de touwindustrie, mede door de industrialisatie, leidde tot een verarming van Oudewater. In 1857 werden de wallen geslecht, de vestingwerken en stadspoorten afgebroken. …