Zoeterwoude: Geschiedenis
=== De naam Zoeterwoude ===
De oorsprong van de naam Zoeterwoude is niet volledig te achterhalen, maar vermoedelijk is het dorp vernoemd naar het water de Suet of Swet, een zijriviertje van de Oude Rijn dat thans bekend is onder de naam Weipoortse Vliet. Suet of Swet heeft de betekenis van 'zoet', waaruit de verwantschap blijkt met het Engelse 'sweet'. De naam Suet of Swet komt terug in diverse andere namen in Zoeterwoude, zoals de straat Zwetkade, de woon- en leefgemeenschap voor mensen met een verstandelijke handicap Swetterhage en ook in de familienaam Van Zwieten of Van Swieten, een adellijk geslacht dat zijn oorsprong heeft in Zoeterwoude. Hun kasteel Zwieten werd in de 14e eeuw gebouwd, maar werd eind 18e eeuw afgebroken.
Een andere mogelijke oorsprong van de naam kan liggen in een andere betekenis van het toponiem zwet, dat grens kan betekenen. In deze variant zou de naam Suet (en daarmee ook Zoeterwoude) duiden op een grensgebied, mogelijk van de beboste omgeving ter hoogte van de Weipoortse Vliet.
Zoeterwoude is ontstaan vanuit zowel de diverse woonkernen die ontstonden op de ontginningsassen als de bewoning langs de dijk van de Oude Rijn.
Langs de Oude Rijn ontstond rond 40 na Chr. een reeks forten van het Romeinse leger. Onder andere bij het huidige Katwijk, Valkenburg, Leiderdorp, Leiden en Zwammerdam. Om deze forten met elkaar te verbinden werd er op de zuidelijke oever van de Oude Rijn een weg aangelegd. Langs deze as ontstond langzaam bewoning. Rond 750 vormden zich ook kleine kernen van bewoning in de huidige Weipoort. De Heilige Lebuïnus bouwde daar, in een kern die destijds Suetan (vgl. Swet of Suet) genoemd werd, een kerkje (dat nooit is teruggevonden).
Over de oorspronkelijke locatie van Suetan bestaat de nodige discussie. Dit dorpje zou hebben kunnen gelegen bij de monding van de Weipoortse Vliet of verder stroomopwaarts. Op het terrein van de Heineken brouwerij zijn archeologische aanwijzingen gevonden dat er inderdaad sprake was van bewoning aldaar. Ook andere gemeenschappen en dorpen, die op het oorspronkelijk Zoeterwoudse grondgebied lagen, waren al vroeg bekend. Zo waren in 857 al vermeldingen van boerderijen in Rodanburg (thans Roomburg op Leids grondgebied), het eerder genoemde Suetan en Northa (mogelijkerwijs de huidige Noord Aa) op een bezittingenlijst van de St. Maartenskerk te Utrecht. Latere vermeldingen in de 11e eeuw zijn er ook van de dorpjes Waldmannerveen (mogelijk op de locatie van het huidige Zoeterwoude-Dorp) en Boschusa (thans Boshuizen in Leiden). In het nabijgelegen Leiderdorp zijn restanten van een Romeinse handelshaven gevonden en ook in de nieuwe Leidse wijk Roomburg zijn restanten gevonden. In het begin van de derde eeuw na Christus stond bij Roomburg een Romeins castellum dat vrijwel zeker bewoond werd door soldaten van 30e Romeinse Legioen. Het dorp Suetan of Swieten was in die tijd mogelijkerwijs een soort hoofdplaats van een plattelandsdisctrict of kerspel, nog ver voordat er überhaupt sprake was van de stad Leiden.
Rond 1200 overstroomde de regio enkele malen door stormvloed. Doordat veel inwoners van de omliggende dorpen naar Leiden trokken, nam de bevolking van deze stad sterk toe. Het is heel goed mogelijk dat de bewoners van Suetan/Swieten wegens de overstromingen hun locatie aan de monding van de Swet hebben verlaten en verderop in de recent ontgonnen gebieden zijn gaan wonen op de plaats waar Zoeterwoude ontstaan is. …