Heimatgeschichte · Noord-Beveland ·

Noord-Beveland: Geschiedenis

Noord-Beveland: Geschiedenis

=== Eerste bedijkingspogingen ===
Bij Colijnsplaat heeft zich (net als bij Domburg) een tempel bevonden die gewijd was aan Nehalennia: een Keltisch-Germaanse beschermgodin van vissers en zeelui. Rond deze tempel ontstond een handelsnederzetting die Ganuenta werd genoemd. Rond 275 raakte het gebied ontvolkt als gevolg van invallen van de Germanen en wegens aanhoudende overstromingen. Vanaf 700 begonnen de schorren bevolkt te raken. Na de grote stormvloed van 1014 werden de eerste dijken aangelegd en werden terpen verhoogd. Rond 1100 werd op Noord-Beveland te Welle de eerste kerk gebouwd. Na de grote stormvloed van 1134 werd Noord-Beveland bedijkt. Het waren echter net als in andere delen van Zeeland niet erg hoge en smalle dijken, die niet bestand waren tegen zware zeevloeden. In de 15e eeuw werd gesproken van 'quade dijckage' als teken dat het er niet goed voor stond. Hoewel er hulp werd toegezegd, kwam deze uiteindelijk te laat: Een stormvloed op 5 november 1530 (de Sint-Felixvloed) overspoelde heel Noord-Beveland. Een keizerlijke visitatie en enkele herstelwerkzaamheden konden niet voorkomen dat het eiland bij de Allerheiligenvloed (1532) vervolgens volledig werd weggevaagd. Alleen de kerktorens van Kortgene en Wissenkerke staken nog boven water uit en werden nog lange tijd gebruikt als bakens voor de scheepvaart. De schorren ter plaatse van het eiland werden echter door de zee weer verhoogd en vanaf 1549 konden deze weer worden verpacht aan schapenhouders.

Vanaf 1592 werd er gesproken over het herinpolderen van het eiland. Na veel discussie verleenden de Staten van Zeeland uiteindelijk in 1596 hun octrooi om het eiland weer in te polderen. Het jaar erop werd met behulp van de herders een kaart gemaakt van het te bedijken land en in het voorjaar van 1598 werd begonnen met de bedijking van de Oud-Noord-Bevelandpolder. In juli werd een kaart vervaardigd met de grenzen tussen de ambachtsheerlijkheden om de rechten vast te leggen op de opwassen enerzijds (het land van de bestaande te herbedijken polder; van oudsher eigendom van de grafelijkheid) en de aanwassen anderzijds (het land dat buitendijks door de zee werd afgezet; eigendom van de ambachtsheerlijkheden). In 1598 werd Noord-Beveland aldus weer gedeeltelijk ingepolderd. De dorpen Colijnsplaat en Kats werden aangelegd. Nadat de schorren aan zuid- en westzijde van het eiland steeds verder aangroeiden werd in 1616 overgegaan tot het inpolderen van deze buitendijkse gronden (aanwassen) als de Nieuw-Noord-Bevelandpolder. In 1652 volgde Wissenkerke, in 1658 de Kamperlandpolder (opwas), in 1668 Geersdijk, en in 1684 werd de rest van Noord-Beveland ingepolderd (de Stadspolder). Het oude verdronken Kortgene vormde de basis voor een nieuw dorp Kortgene. Aan de kerktoren van het oude Kortgene werd een nieuw schip gebouwd. Tussen 1598 en 1856 werden 33 bedijkingen uitgevoerd met een totale omvang van ongeveer 8800 hectare. Hiervan ging ongeveer 1200 hectare weer verloren. Met name aan noordzijde van het eiland werd de dijk verschillende malen teruggelegd onder invloed van vele dijkvallen en oeverafschuivingen.
De Sophiapolder, gewonnen in 1774, ging in de nacht van 22 op 23 december 1894 bij een stormramp weer verloren. …

von Fremdinhalte · Regionauts

Quelle: Text: Wikipedia – „Noord-Beveland“, Autorinnen und Autoren (Versionsgeschichte), CC BY-SA 4.0 · Foto: S.J. de Waard, CC BY-SA 3.0 – Wikimedia Commons